Opleiding en training

Leren en ontwikkelen is een belangrijk ankerpunt in onze visie op kwaliteit. Leren en ontwikkelen zorgt ervoor dat medewerkers en vrijwilligers goed zijn toegerust om hun werk te doen en is daarmee belangrijk voor het werken aan kwaliteit.

Er zijn verschillende manieren waarop leren en ontwikkelen vorm kunnen krijgen. Deze bouwsteen gaat over training en opleiding voor vrijwilligers, coördinatoren en bestuurders. Deze vorm van leren valt onder het formele leren: het leren heeft een gestructureerd, systematisch karakter en meestal valt er een diploma of certificaat te behalen.

In de bouwsteen ‘Leren van en met elkaar’ staan de vormen van informeel leren verder uitgewerkt.

Dit spreken we af

Algemeen

  • De functieprofielen van vrijwilligers en medewerkers vormen de basis om te bepalen welke kennis en vaardigheden nodig zijn om goed te kunnen functioneren in de betreffende rol. De verschillende functieprofielen vindt u bij het kopje ‘Aan de slag’.
  • Van vrijwilligers en medewerkers is bekend wat hun talenten, kennis en vaardigheden zijn zodat de inwerk- en scholingsactiviteiten en de werkzaamheden kunnen worden afgestemd. Er wordt gestimuleerd dat medewerkers en vrijwilligers zelf hun ontwikkelvragen formuleren.
  • Er zijn periodieke gesprekken met de vrijwilliger en medewerker waarin de ontwikkelvragen aan de orde komen.
  • Leren en ontwikkelen wordt volop gestimuleerd, de organisatie biedt mogelijkheden (in tijd en geld) aan vrijwilligers en medewerkers om hun kennis en vaardigheden te ontwikkelen. De organisatie laat dit zien in een plan.

Er komen richtlijnen voor training en opleiding voor:

    1. Vrijwilligers
    2. Coördinatoren (wordt nog uitgewerkt)
    3. Bestuurder (wordt nog uitgewerkt)

1.Deskundigheid vrijwilliger

Al onze zorgvrijwilligers* volgen een introductieprogramma. Dit introductieprogramma bestaat uit meerdere onderdelen, die op elkaar zijn afgestemd. Het is een combinatie van zelfstudie, training en inwerken. Verplichte onderdelen van het introductieprogramma zijn daarom: de introductietraining, een inwerkperiode en evaluatie. Daarnaast maken we afspraken over het blijvend ontwikkelen van onze vrijwilligers.

* Andere vrijwilligers, zoals bijvoorbeeld kookvrijwilligers en tuinvrijwilligers kunnen een aangepast, verkort introductieprogramma volgen.

Introductietraining
De introductietraining wordt afgerond met een positief resultaat. Dit kan door het volgen van:
1. De landelijke introductietraining van de VPTZ Academie.
2. De introductietraining, incompany, georganiseerd door de VPTZ Academie.
3. De introductietraining, uitgevoerd door de VPTZ-organisatie zelf.
4. De introductietraining uitgevoerd door een andere organisatie.

• De introductietraining wordt door een competente trainer gegeven. De trainer heeft een certificaat, diploma of getuigschrift van een relevante opleiding en/of ervaring in het geven van trainingen. De trainer heeft affiniteit met en aantoonbare kennis van palliatieve terminale zorg.
• De vrijwilliger kan aanvullend de online zelfstudie ‘Introductietraining VPTZ – online zelfstudie’ volgen.
• De coördinator is nauw betrokken bij de vorderingen van de vrijwilliger tijdens en na afloop van de introductietraining.
• De introductietraining voldoet aan de inhoudelijke standaard zoals vastgesteld door de VPTZ Academie, samen met een aantal leden. Deze inhoudelijke standaard wordt jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

Inwerkperiode
• Samen met de nieuwe vrijwilliger wordt bepaald wat er nodig is in de inwerkperiode. De nieuwe vrijwilliger loopt bijvoorbeeld mee met een ervaren (inwerk)vrijwilliger, om zo ervaring op te doen. Daarbij wordt gezorgd voor voldoende evaluatiemomenten.
• Is in de thuissituatie het werken met een inwerkvrijwilliger niet mogelijk, dan kan de vrijwilliger niet starten voordat de introductietraining met een positief resultaat is afgerond.

Evaluatie
• Het introductieprogramma wordt afgerond met een evaluatiegesprek tussen vrijwilliger en coördinator.

Blijvend ontwikkelen
• De vrijwilliger blijft zich ontwikkelen, ook na het volgen van de introductietraining. Er is voldoende tijd en ruimte om te leren en te ontwikkelen via feedback, intervisie, reflectie en scholing. Dit wordt besproken met de vrijwilliger, bijvoorbeeld als onderdeel van het jaargesprek.

 

Wat zegt het Kwaliteitskader Palliatieve Zorg NL

Inleiding:
Alle zorgverleners in Nederland worden in staat geacht generalistische palliatieve zorg te bieden aan patiënten en hun naasten, en indien nodig specialistische ondersteuning te vragen. Iedere zorgverlener die betrokken is bij het verlenen van palliatieve zorg, op generalistisch, specialistisch of expertniveau, volgt daarom passende bij- en nascholing om de kwaliteit van zorg te waarborgen. Vrijwilligers hebben in veel organisaties een belangrijk aandeel in het bieden van palliatieve zorg. Zij worden pas ingezet na een gekwalificeerde basistraining. Daarnaast hebben zij een eigen kwaliteitskader. [pagina 39]

Standaard:
Zowel de zorgverlener als de vrijwilliger is gekwalificeerd voor de zorg die ze verlenen en houden aantoonbaar hun kennis actueel met relevante bij- en nascholing. [pagina 39]

Criteria vrijwilligers:
De vrijwilliger is in relatie tot zijn taak inhoudelijk deskundig in het afstemmen op de patiënt, met aandacht voor de vier dimensies in de palliatieve zorg en voor het samenwerken met anderen. De gevraagde deskundigheid en vaardigheid zoals vastgelegd in het eigen kwaliteitskader [nu Kwaliteitskompas VPTZ Nederland] wordt bijgehouden. Vrijwilligers zijn opgeleid en getraind in zelfreflectie en in het ontwikkelen van effectieve coping vaardigheden.

De vrijwilliger is zich bewust van zijn eigen waarden en overtuigingen. De vrijwilliger is in staat om binnen de grenzen van de eigen verantwoordelijkheid te blijven, tijdig te signaleren wanneer de eigen deskundigheid en vaardigheid om te handelen ontoereikend is en is in staat om bijtijds ondersteuning, begeleiding en/of scholing te vragen. [pagina 42]